Historie

Introductie

De bewoningsgeschiedenis van Gennep en het omringende landschap kan niet los worden gezien van de fysieke eigenschappen van dat landschap. De mens gebruikte het landschap niet alleen als een plaats om te wonen. Hij maakte er ook gebruik van om in zijn levensbehoeften te voorzien. Vooral voor dit laatste was niet elke plaats geschikt. De activiteiten van de mens hebben ook hun weerslag gehad op de verschijningsvorm van het landschap. Er heeft dus voortdurend vanaf de tijd dat de mens actief gebruik is gaan maken van het landschap om in zijn levensbehoeften te voorzien een wisselwerking plaats gevonden tussen de mens en het landschap.
Ik wil in dit deel van de terreinstudie de bewoningsgeschiedenis van het buurtschap Gennep kort beschrijven. Met name de manier waarop de boerengemeenschap in Gennep vanaf 1840 tot 1950 leefde en werkte is voor een groot deel bepalend geweest voor het landschap waar we vandaag nog van kunnen genieten. Daar waar gesproken wordt over Gennep is de periode tot en met 2001 aan de orde. Daarna is het gebied beter bekend als de Genneper Parken.

 

Gennep vóór 1840

Bewoningssporen die bewijzen dat de Romeinen in het gebied geleefd hebben liggen voor het grootste deel langs de Dommel op de overgang van de hogere naar de lagere gronden. Deze sporen zijn archeologisch en cultuurhistorisch gezien zéér waardevol. Er zijn ook aanwijzingen (opgravingen) dat er al bewoning was in de Nieuwe Steentijd en voorafgaand aan de Romeinen hebben de Kelten sporen achtergelaten.
In de Vroege Middeleeuwen bouwden de bewoners van het gebied nederzettingen op de hogere gronden. Vanaf de 12e en 13e eeuw zijn veel van deze locaties weer verlaten. De mensen die leefden in de Hoge Middeleeuwen hebben ervoor gezorgd dat de nederzettingen werden uitgebreid of verplaatst werden in de richting van de beekdalen. In het laatste geval leidde dit tot het ontginnen van de beekdalen als beemden. In deze tijd worden de akkers al voorzien van plaggendekken.

De ontwikkeling van de nederzettingen zet vanaf de Late Middeleeuwen door tot circa 1800. In deze periode verandert het landschap ingrijpend vanwege de intensivering van cultuurland door ophoging van het akkercomplex Gennep met plaggenmest. Deze akkercomplexen met deels bolakkers zijn nu nog karakteristiek voor het landschap.

 

Gennep van 1840 tot 1950

Door de verdergaande ontginningen en (over)beweiding zijn in het studiegebied rond 1840 nauwelijks nog bossen van betekenis aanwezig. Daarentegen is de oppervlakte aan heide uitgebreid, zo ook tussen het akkercomplex van Gennep en het akkercomplex van het dorp Aalst. Lokaal ontstonden in dit gebied als gevolg van intensief plaggen en overbeweiding zandverstuivingen. Verder zuidelijk, net over de grens van de Genneper Parken vinden we nu nog kleine zandverstuivingen terug. Weliswaar liggen deze restanten niet in het studiegebied maar ze geven wel een indruk van de situatie toen.

De natuurlijke opbouw van het landschap maakte dat er verschillende vormen van grondgebruik ontstonden. De verkavelingstructuur hing daarmee nauw samen. Tot circa 1950 had het gebied een besloten karakter door de perceelsrandbegroeiingen (houtwallen, elzensingels, meidoornhagen, beukenhagen) die de verkaveling van akkers en beemden accentueerden. Na 1950 zijn deze begroeide randen in het gebied opgeruimd waardoor er weer een meer open landschap ontstond. Een stukje van de oude verkavelingen met randbegroeiing is in de vorm van een meidoornhaag in het zuiden van het studiegebied nog terug te vinden. De beemden tussen het Tongelreeppad en de Tongelreep zijn ook nog oorspronkelijk verkaveld.

De jaren vanaf 1840 brengen voor de boerenbevolking van het buurtschap Gennep grote verande-ringen met de manier van werken. De industriële revolutie is zich immers aan het voltrekken. Het kleinschalige karakter verdwijnt niet direct, wel wordt de landbouw meer gemechaniseerd. Het bemesten met kunstmest zorgt ervoor dat plaggenbemesting niet meer wordt toegepast.

 

Gennep na 1950

Gennep is in de tweede helft van de 20e eeuw aan grote veranderingen onderhevig geweest. Het oorspronkelijke agrarische karakter is veranderd. De akkercomplexen zijn kleiner geworden en de structuur van de beemden is niet echt meer zichtbaar. De meeste karakteristieke boerderijen van het buurtschap zijn gesloopt. Aan de randen van het gebied zijn verschillende terreinen bebouwd met hoogbouw die vanuit een aantal hoeken het uitzicht sterk bepalen.
Het studiegebied dat deel uitmaakte van het Brabantse platteland is veranderd in een ecologisch en landschappelijk waardevol gebied met functies op het vlak van natuureducatie, cultuur, sport en recreatie en waterwinning. Een zéér positieve ontwikkeling is de komst in 2001 van de nieuwe boer in de langgevelboerderij de Genneper Hoeve. De oorspronkelijke boerderij is hiervoor gerestaureerd met behoud van oude oorspronkelijke kenmerken in bijvoorbeeld de gevel. Achter de boerderij is een potstal gebouwd die als zodanig ook gebruikt wordt. De boer boert ecologisch en werkt op de manier zoals dat in het buurtschap eeuwenlang gebruikelijk was. In de boerderij worden producten verkocht die door de boer verbouwd of gemaakt zijn (o.a. kaas). Daarnaast heeft de boerderij voor de kinderen in de verre omgeving een educatieve functie. Tegelijk met het opnieuw starten van het boerenbedrijf is het gebied toegankelijker en aantrekkelijker gemaakt voor het publiek. Vanaf deze tijd staat het gebied ook bekend onder de naam Genneper Parken.

 

Toekomst van de Genneper Parken

Vanaf de tijd dat het karakter van het agrarisch buurtschap Gennep veranderde zijn er veel partijen en belanghebbenden geweest die interesse hebben getoond en met een nieuwe invulling van het gebied een serieuze bedreiging hebben gevormd. Met name projectontwikkelaars hadden (en hebben) belangstelling voor het gebied voor randstedelijke bebouwing. Dankzij een groep mensen met een bijzonder hart voor het gebied is wat er uiteindelijk over is gebleven van het buurtschap bewaard gebleven. Dit heeft er ook toe geleid dat de Gemeente Eindhoven in haar beleid stelt dat toekomstige ruimtelijke claims alleen plaats kunnen vinden wanneer ze een meerwaarde bieden aan de historische structuur van het park. Deze historische structuur is wel veranderd maar nog wel herkenbaar in het landschap. Het behoud van bestaande waarden zal niet toereikend zijn. Het zou goed zijn historische elementen weer een nieuwe functie te geven. De nieuwe educatieve functie van de Genneper Hoeve is hiervan een goed voorbeeld en biedt nog verdere mogelijkheden voor de toekomst.
De Genneper Parken trekt naast bewoners uit de directe omgeving waarvoor het park een prachtig uitloopgebied is ook veel bezoekers in de vorm van dagjesmensen. Sinds de nieuwe bestemming en inrichting vanaf 2000 is de recreatiedruk fors toegenomen in het park. Het is wenselijk dat hiervoor blijvend aandacht is om een zekere stabiliteit in het gebied te realiseren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.